Biografie Walt van Hulst

Walt van Hulst (1972) ziet de fotografie meer als een afspiegeling van de werkelijkheid dan als zijn interpretatie ervan. Wat je ziet is wat je krijgt. Je kunt een onderwerp niet mooier maken dan het is, maar je kunt er wel op meerdere manieren naar kijken. Door iets vanuit een andere hoek te bekijken, kan het ineens een heel ander beeld geven. Dat maakt het weer interessant om vast te leggen.

Als hij fotografeert, kijkt hij meestal eerst naar het onderwerp zelf. Hij bestudeert het nauwkeurig en meestal ziet hij bepaalde vormen die anderen niet zien, omdat men veelal niet de tijd neemt om goed naar iets te kijken. De meeste mensen kijken er wel naar, maar zien het niet echt. Door er wat langer de tijd voor te nemen, kom je meestal tot de mooiste plaatjes. Hij neemt dan ook alle tijd om te fotograferen. Hij gebruikt het liefst een oude camera waarbij alles met de hand ingesteld moet worden. Daardoor mist hij wel eens mooie dingen omdat zij bewegen, maar soms heeft hij geluk en krijgt hij ook de bewegende dingen mooi op de foto. Meestal bewegen zijn onderwerpen niet, omdat hij veelal de architectuur van steden fotografeert of gewoon mooie landschappen in de vrije natuur.

Walt van Hulst werkt met een 35mm panorama camera en een middenformaat camera, zonder gebruik van filters en speciale lenzen. Hij wil het beeld zo origineel mogelijk houden en eigenlijk gebruikt hij alleen maar zijn eigen manier van kijken naar bepaalde onderwerpen. Wel heeft hij twee magazijnen bij zich, één met een zwart-wit film en één met een kleurenfilm, omdat sommige dingen beter over komen in het zwart-wit en weer andere in kleur. Walt van Hulst maakt nog geen gebruik van digitale fotografie omdat volgens hem de kwaliteit en de echtheid van de foto daarmee verdwijnen. Zijn foto's zijn nog echte foto's die van een negatief afkomen en niet zijn bewerkt met de computer.

Hij fotografeert over de hele wereld en geeft zijn foto's daarom een Engelse titel. Soms weet hij van te voren wat hij wil gaan fotograferen, dan gaat hij dat opzoeken. Maar vaak loopt hij gewoon door een stad of door de natuur en komt hij de onderwerpen vanzelf tegen. Hij hoeft nooit lang te zoeken, want overal waar je kijkt is wel iets moois te ontdekken. Als je er maar de tijd voor neemt om het te zien.